Bij een kind met leukemie worden in het beenmerg zoveel leukemiecellen aangemaakt dat er geen 'ruimte' meer is voor normale bloedcellen. De waarden in het bloed die gemeten worden zijn dan ook vaak afwijkend ten opzichte van normaal. De normale waarden zijn:

Hb(7.1-9.8)

Hemoglobine (Hb) is een ijzer-bevattende, rode kleurstof in de rode bloedcellen (= erytrocyten) van het bloed, die zuurstof kan binden. Hemoglobine is nodig voor het transport van zuurstof van de longen naar de organen en weefsels. Als het hemogline-gehalte (= Hb-waarde) van het bloed abnormaal laag is, kan het bloed niet voldoende zuurstof transporteren. Dit wordt bloed-armoede (= anemie) genoemd.

Thrombocyten(135-385)

Afgeplatte, ronde bloedlichaampjes (zonder celkern) die na beschadiging, bijvoorbeeld na beschadiging van een bloedvat door een wond, het bloedstollingsprocess op gang brengen.

Leukocyten(4.0-11.0)

Kleurloze ('witte') cellen in het bloed, die nauw betrokken zijn bij de afweerreactie tegen lichaamsvreemde indringers (o.a. allergenen, bacteriƫn en virussen). Het bloed bevat ca. 4-10 miljoen witte bloedcellen per ml.

Neutrofielen(1.5-8.4)

Witte bloedcellen (leukocyten) afweercellen die in alle lichaamsweefsels (maar vooral in de longen en de lever) en lichaamsvreemde stoffen (o.a. allergenen, bacteriƫn en virussen) in zich opnemen en verteren. Bij lage neutrofielen loopt men snel een infectie of bacterie op die het lichaam niet zelf kan bestrijden.